Searing Quartet – Licence to Extend (2008)

‘Het Searing Quartet werd opgericht door pianist Egbert Derix en saxofonist Peter Hermesdorf. Dit album is inmiddels hun vierde samen met bassist Norbert Leurs en drummer Sjoerd Rutten. Ikzelf ben altijd gecharmeerd geweest van het kwartet vanwege de rust en ruimte die hun muziek uitstraalt, ook bij virtuoze passages. De musici laten elkaar de ruimte en staan ten dienst van elkaar. Dat is op deze cd ook het geval. De geluidsproductie is evenwichtig en transparant. De composities bestrijken een breed scala van ballad tot salsa. Compositorische bijzonderheid: op het album staan een Hymne aan Glenn Corneille en een stuk van de veel te vroeg overleden toetsenist zelf.’

Rakendra Smit, NTB ‘Muziekwereld’ mei 2008


“Vol enthousiastme viste ik vandaag het nieuwe album van de Noord-Limburgse jazz-grootmeesters ‘Searing Quartet’ uit mijn brievenbus. Ik kan mijn herfstdagen vullen met het voorzien van een laag teer op mijn longen en een prettig promilage alcohol in mijn bloed.

Als Limburgse muziekliefhebber kan ik niet anders dan mijn relaas te beginnen door het eerste nummer over te slaan. Als echte rustgevende ballad rolt het tweede nummer melancholisch traag uit de speakers waar in nog duidelijker de warme saxofoonklanken met lichte vibrato naar voren komen. En hoe anders zou zo’n mooi lied moeten heten dan ‘Hymne voor Glenn Corneille’? Ook dan wordt ondergetekende even stil.

De productie van de plaat is helder en eerlijk. Alles is hoorbaar en transparant. Van de saxofoonsolo’s van Peter Hermesdorf tot de kleine details in de percussie van Sjoerd Rutten. De frequenties liggen breed gestapeld op elkaar door de sprankelende hi-hat, de contrabas van Norbert Leurs en de wollige kick. Waarbij de pulserende begleiding in bijvoorbeeld ‘Chasse’ in de vorm van pianist Egbert Derix, op geen enkele manier de andere instrumenten in de weg zit.

Het verhaal terugpakkend naar de opener op het album ‘Salasa’, denk ik terug waarom ik bij mijn vorige recensie de bandstijl heb betiteld als ‘zwoele jazz’. Ik zie de danseressen voor me. Althans dat had gekund op dit nummer; veel dansbaarder komen ze niet.

Enkele nummers hebben een groot ‘toegankelijkheidsgehalte’. Ik doel hiermee op de ogenschijnlijk eenvoudigere composities en gelaten drums. Waarbij ‘Soul Etude’ zelfs enigszins gedateerd klinkt. Maar bijvoorbeeld ‘I am the judge’ maakt dit voor mij alweer ruimschoots goed met zijn absurde maatsoorten en akkoorden. En dan mag ik het natuurlijk niet nalaten de drumsolo in ‘It can be done’ te noemen.

De cd is voornamelijk gevuld met heerlijke luistermuziek en rustige sferen, waarbij de vier heren geen moment schromen om te laten merken dat hun instrumenten in alle vormen en op alle manieren uitzonderlijk goed beheerst worden.

De licentie om hun werk voort te zetten heeft ‘Searing Quartet’ zeker verdiend.

“Beholding yesterdays with hope for the future. It carries on and life’s worth extending the licence.”

Twan Bakker, VPRO 3 voor 12, oktober 2007